Alle toezichthouders kunnen leren van valse noot in Concertgebouw
- Alex de Vries

- 20 nov 2025
- 2 minuten om te lezen
Een goede reputatie is alles voorĀ Het Concertgebouw. Des te pijnlijker dat het muzikale geweten van Nederland onder vuur ligt van de Belastingdienst. Wie had dat verwacht? Niemand. Het is daarom voor alle toezichthoudersĀ in Nederland een leermoment van de bovenste plank.
Het ingrijpen door deĀ BelastingdienstĀ vanwege mogelijk tientallen miljoenen niet-betaalde erf- en schenkbelasting raakt meer dan een gevoelige snaar. Het gaat niet alleen om veel geld. Er staan ook belangrijke reputaties op het spel. De reputatie van het Concertgebouw zelf kan wel tegen een stootje. Daarvoor is het een te sterk en uniek āmerkā. Voor de betrokken bestuurders van het Concertgebouw NV ligt dat anders.
Het is pijnlijk dat niemand in de directie en de raad van commissarissen het issue heeft gezien. Terwijl de meeste van hen veel bestuurservaring hebben en daarnaast veel maatschappelijk aanzien genieten. Als iets al jarenlang goed gaat, en de top vertrouwen en tevredenheid naar elkaar uitstraalt, dan stelt niemand meer de ongemakkelijke vraag: klopt dit wel? Juist daardoor lijkt de alertheid op dit punt te zijn verslapt. Ook bij de huisaccountant.
Terwijl goed en effectief toezicht begint bij het stellen van moedige en lastige vragen. De belangrijkste conclusie is dan ook dat juist organisaties met groot maatschappelijk aanzien en een smetteloze reputatie kritisch toezicht nodig hebben. Niet alleen omdat er meer op het spel staat. Nee, vooral omdat iedereen vaak denkt dat het wel goed zit.
Hier is goed zichtbaar hoe governanceĀ en compliance in de culturele wereld vaak parallel lopen maar zelden kruisen. Bestuurders en toezichthouders, hoe vooraanstaand ook, focussen begrijpelijkerwijs op missie, muziek en middelen ā en minder op de taaie fiscale werkelijkheid. Dat vraagt bij het Concertgebouw niet alleen om een structuurwijziging. Ook om een ander bewustzijn. Goed bestuur in deze tijd betekent ook scherpte op constructies die vanuit tradities ooit logisch leken.
Het is overigens voor de geloofwaardigheid van het Concertgebouw-bestuur van belang dat ze alsnog goed uitlegt hoe dit heeft kunnen gebeuren. En dat de Belastingdienst straks een definitief besluit goed communiceert. Zeker als coulance jegens het Concertgebouw wordt betracht. Kritische vragen over een voorkeursbehandeling liggen dan voor de hand.
De wet kent tenslotte geen uitzonderingsbepaling voor muzikale excellentie. Aan de andere kant: de wet geldt voor iedereen, maar niet elke situatie is gelijk. Ik heb daarom het vermoeden dat de Belastingdienst haar muzikale geweten laat spreken en een realistische afweging maakt tussen precedent en proportionaliteit.
Zie het fd artikel over het concertgebouw:




Opmerkingen